COMMUNICATIE

Inspiratie.

Soort van.

Eigenlijk ook weer niet.

Ik ben aan het werk en las mijn ‘DAGBOEK’;

“We pakken de draad weer op”

en toen radiostilte…

Radiostilte.

Ja… dat ging niet helemaal zoals je had voorspeld, heh? Maakt niet uit… Zo gaan die dingen nu eenmaal.
Je hebt een idee, je bent stoked, je bent geïnspireerd, je wilt écht! Je raakt afgeleid, je hebt andere dingen te doen, je wilt graag slapen, je moet nog even eten, je wilt jezelf even afsluiten, je gaat wat drinken met vrienden, je hebt een optreden, je bent aan het reizen, je bent afgeleid. Zo erg afgeleid.
Op dit moment ben ik eigenlijk ook afgeleid *er rijdt een auto voorbij* maar ik probeer. Okee? Ik probeer.
*Rijdt weer een auto voorbij*
*En nog één*
Zucht.

Ik wilde alleen maar even communiceren dat ik wil dat dit dagboek leeft.
Ik wil weer proberen er voor te zorgen dat het bestaat en een rol krijgt. Nu is het oud. Het betekent niets.
Straks, wanneer ik er hopelijk wel meer in schrijf, betekent het nog steeds niets hoor, wees maar niet bang.

Kan je het nog volgen? Ik niet helemaal.
Ondertussen heb ik ook al weer honger gekregen.

Ik kom zo bij je terug!

(dat is een grapje, ik kom niet zo bij je terug, dat gaat weer even een tijdje duren)

WAAR BEN JE?

Ik. 

Ik. Ik.

Waar ben je op dit moment?
Fysiek, mentaal.

Zoekende, als een malle.

Wat doe je?
Waarom doe je dat?
Voor wie doe je dat?
Voor jezelf?

Nee… zéker niet voor mijzelf.

We gaan in cirkels, of.. ík ga in cirkels.
Ik besef dingen die ik mij al eerder heb beseft. Dan vraag ik mij af of ik eigenlijk ooit wel lessen leer.

Die muur waar je af en toe tegenaan loopt lijkt zo vaak dezelfde muur.

Moeten.
Waarom doen we dingen?
Omdat we die willen doen of omdat we die dingen moeten doen?
Van onszelf of van anderen?

Ik MOET teveel.

Waar waren we?
Of.. waar was ík?
Waar was jij?

Zeker op een goeie plek.
Een mooie plek.

Geen land mee te verzeilen, of geen pin aan vast te maken, de draak aansteken, wegkwijlen.

Ik ga er weer vandoor.

Ik.

DWALEN

Ik wou iets schrijven over soms niet kunnen schrijven en soms weer wel.

In een soort opwelling inspiratie hebben.

Af en toe voelt het stom. Informatie in je opnemen maar niemand iets terug kunnen geven, zo lijkt het dan. Waarschijnlijk doe je dat wél, maar niet zo bewust.

Ik schrijf meestal in opwellingen.
Een heftige emotie of situatie die er uit geschreven moet worden. Dan zijn er geen remmen meer, geen drempels. Het moet vooruit, het moet er uit.
De zinnen die er dan worden gevormd voelen dan vaak zo ‘echt’ dat het niet meer veranderd mag worden. Zó voelde ik me.

Waarom moet je dan een tijdje een spons zijn?
Drukte?

Een liedje is ook een soort ontwikkeling. Een soort verwerking.
Klinkt ook niet gek.

Een liedje staat dan voor een situatie. Wanneer ik dat liedje dan weer speel komt de situatie weer boven, dan hebben we het er weer even over…

Ik wil niet onbegrijpelijk zijn.
Alhoewel… Niet begrepen worden heeft ook wel iets.

Ik draai nu door.

Ik denk dat dit de opwelling was.

NIEUW, WAT?

Mijn overtuiging is een stuk gaan wandelen. Zonder mij.
Af en toe zie ik mijn overtuiging weer ergens lopen en lukt het mij om hem een beetje in het zicht te houden, maar te vaak ben ik hem weer kwijt en loop ik in mijn eentje te dwalen.

En dat dwalen is vermoeiend.

…Waar wou ik heen?

Ik heb ruimte gekregen om wat dieper te graven naar antwoorden of juist vragen. Toen kwam ik achter dingen.

Ik wil bijvoorbeeld wel eens naar buiten gaan en tegen iemand zeggen hoe lekker ik net binnen zat.
En dat hij of zij dan zegt dat hij of zij ook lekker binnen zat.
En dan gaan we eens samen binnen zitten.

Onder mijn steen weet ik waar ik moet zijn.
Maar mijn steen is best wel zwaar.
Ik moet er dus niet al te lang onder blijven zitten.
Zeg maar…